Zit je kat steeds op de kattenbak voor een paar druppels, zie je bloed in de plas of vind je plasjes naast de bak? Dan wil je weten wat er aan de hand is en hoe snel je moet handelen. In dit artikel lees je wat blaasontsteking en blaasgruis bij een kat zijn, welke signalen je ziet, wanneer het een spoedgeval is en wat je dierenarts en jijzelf kunnen doen. Eén ding vooraf: kan je kater niet plassen, bel dan meteen je dierenarts of de spoeddienst.
Wat is blaasontsteking bij een kat?
Blaasontsteking bij een kat valt onder FLUTD, een verzamelnaam voor klachten van de lage urinewegen: de blaas en de plasbuis. De meeste katten met plasklachten hebben idiopathische cystitis, een blaasontsteking waarvan de oorzaak onbekend is (Merck).
Typische signalen van FLUTD zijn bloed in de urine, vaak plassen, persen en plassen buiten de bak. Die klachten kunnen verschillende oorzaken hebben: blaasstenen, een urineweginfectie, een plug in de plasbuis of soms een tumor. Bij idiopathische cystitis speelt een samenspel van de blaas, stress en hormonale en zenuwfactoren mee (Merck).
Hoe die oorzaken verdeeld zijn, liet een studie van de universiteit van München zien. Bij 302 katten met FLUTD in een dierenkliniek ging het om (Dorsch e.a. 2014):
- Idiopathische cystitis: 55,0%
- Bacteriële urineweginfectie: 18,9%
- Plug in de plasbuis: 10,3%
- Blaasstenen: 7,0%
Leeftijd maakt een groot verschil. Bij katten jonger dan 10 jaar was idiopathische cystitis veel vaker de oorzaak dan bij katten van 10 jaar of ouder (65,2% tegenover 35,8%). Bacteriële infecties namen juist toe met de leeftijd, van 12,9% naar 41,8% (Dorsch e.a. 2014). Idiopathische cystitis komt meestal voor het eerst voor bij jonge volwassen katten (iCatCare).
Blaasgruis en blaasstenen: struviet en calciumoxalaat
Blaasgruis ontstaat als mineralen in de urine samenklonteren tot kleine kristallen; klonteren die kristallen verder samen, dan vormen ze stenen. Bij katten zijn struviet (magnesiumammoniumfosfaat) en calciumoxalaat de twee meest voorkomende soorten (Merck).
Katten hebben van nature sterk geconcentreerde, zure urine. Ze kunnen ook kleine steentjes vormen die op zand of tandpasta lijken. Calciumoxalaat is inmiddels de meest voorkomende steensoort bij katten (Merck). Hieronder zie je hoe de twee steensoorten zich verhouden tot idiopathische cystitis.
| Struviet | Calciumoxalaat | Idiopathische cystitis | |
|---|---|---|---|
| Wat is het | Kristallen of stenen van magnesiumammoniumfosfaat | Kristallen of stenen van calciumoxalaat | Blaasontsteking zonder duidelijke oorzaak |
| Hoe vaak | Een van de 2 meest voorkomende steensoorten (Merck) | Nu de meest voorkomende steensoort (Merck) | 55,0% van de katten met plasklachten (Dorsch) |
| Vaststellen | Urineonderzoek, röntgen of echo, analyse in een labo | Urineonderzoek, röntgen of echo, analyse in een labo | Andere oorzaken uitsluiten |
| Lost het op met voeding? | Meestal wel, met voeding die de dierenarts voorschrijft | Nee, moet eruit | Er zijn geen stenen |
| Wat helpt daarna | Voeding die de dierenarts kiest (Lulich) | Verdunde urine, natvoer, geen urineverzuring (Lulich) | Water, natvoer, minder stress (iCatCare) |
Zeer kleine steentjes geven meestal geen klachten. Grotere stenen kunnen leiden tot bloed in de urine, traag of pijnlijk plassen en niet kunnen plassen. Daarnaast kunnen kleine steentjes, kristallen en andere bestanddelen van urine samen een plug vormen. Zo'n plug van eiwit, cellen en kristallen kan vooral de plasbuis afsluiten (Merck).
Signalen van blaasproblemen bij je kat
De signalen hieronder wijzen op ongemak in de blaas of de plasbuis van je kat, of de oorzaak nu idiopathische cystitis, blaasgruis of een infectie is. Je ziet ze vaak in en rond de kattenbak (iCatCare, Merck):
- Je kat gaat veel vaker naar de bak dan normaal.
- Je kat plast steeds kleine plasjes.
- Je kat perst, zit lang op de bak of krabt lang in de korrels.
- Je ziet bloed in de plas, al is dat niet altijd zichtbaar.
- Je kat plast buiten de bak.
- Je kat miauwt of huilt op de bak.
- Je kat likt veel aan de buik of het geslachtsdeel, soms tot er kale plekken ontstaan.
- Je kat gedraagt zich anders: niet meer zindelijk, uithalen of stiller dan normaal.
Plassen buiten de bak is vaak een teken van ongemak, geen ondeugd. Straf je kat daar nooit voor (Merck).
Kan je kater niet plassen? Dan is het een spoedgeval
Een kat die niet kan plassen, heeft meestal een afgesloten plasbuis, en dat is levensbedreigend: bel meteen je dierenarts of de spoeddienst. Dit heet een urethra-obstructie en komt bijna alleen voor bij katers (iCatCare).
Katers hebben een langere en smallere plasbuis dan poezen, waardoor die sneller dichtraakt (Merck). In verzekeringsgegevens uit China hadden katers meer dan 3 keer zoveel kans op FLUTD als poezen (Zhang e.a. 2026). De afsluiting ontstaat door een plug van eiwitten, cellen en kristallen, een steentje, of zwelling en kramp van de plasbuis (iCatCare).
Dit zijn de signalen (Merck):
- Je kat probeert steeds te plassen, maar er komt niets, een dun straaltje of maar een paar druppels.
- Je kat huilt of maakt geluid op de bak.
- Je kat is suf, eet niet of braakt.
Baasjes zien deze signalen soms aan voor verstopping van de darm, omdat de kat lang zit te persen (Merck). Bij een volledige afsluiting stapelen afvalstoffen zich binnen 1 tot 2 dagen op in het bloed. Je kat wordt suf, kan uitdrogen en hartritmestoornissen krijgen, en kan binnen ongeveer 3 dagen overlijden (Merck).
Wacht dus niet af. Bel meteen, ook 's nachts of in het weekend. Met snelle hulp is het vooruitzicht goed (iCatCare).
Wanneer naar de dierenarts?
Bij elke plasklacht bel je je dierenarts; kan je kat niet plassen, dan bel je meteen. Gebruik deze drie stappen om in te schatten hoe snel je moet handelen (iCatCare, Merck):
- Afwachten
- je kat plast vlot en in normale hoeveelheden in de bak, eet en gedraagt zich normaal, maar had eerder blaasklachten; let dan op hoe vaak en hoeveel je kat plast en volg het advies van je dierenarts.
- Bel je dierenarts
- je kat gaat vaker naar de bak, plast kleine plasjes, perst, plast buiten de bak, likt veel aan de buik of het geslachtsdeel of je ziet bloed, maar plast nog wel; maak dan zo snel mogelijk een afspraak, ook bij een poes.
- Bel direct
- je kat, zeker een kater, zit steeds op de bak zonder dat er iets of meer dan een paar druppels komt, huilt op de bak, is suf, eet niet, braakt, heeft een gespannen buik of laat zich niet aanraken; bel dan de dierenarts of spoeddienst, ook 's nachts of in het weekend.
Twijfel je of het om verstopping van de darm of een afgesloten plasbuis gaat? Bel dan ook direct.
Wat doet de dierenarts?
De dierenarts zoekt eerst uit wat de oorzaak is, met onderzoek van de buik, urineonderzoek, een urinekweek en vaak een röntgenfoto of echo. Idiopathische cystitis stelt de dierenarts vast door andere oorzaken uit te sluiten, want er is geen test die het bewijst (Merck, iCatCare).
Op een röntgenfoto zijn stenen vanaf ongeveer 3 millimeter te zien. Komen er stenen vrij, dan gaan die vaak naar een labo voor analyse (Merck). Het type steen bepaalt de aanpak.
Struviet. Struvietstenen probeert de dierenarts meestal op te lossen met speciale voeding of medicatie. Steriele struvietstenen in de blaas lossen meestal op in minder dan 2 tot 5 weken. Daarna kiest de dierenarts vaak een therapeutische voeding met weinig magnesium en fosfor die de urine zuurder maakt (Lulich e.a. 2016).
Calciumoxalaat. Deze stenen lossen niet op en moeten eruit, bijvoorbeeld met een operatie of door ze te vergruizen (Merck). Daarna is het doel verdunde urine. Voeding en middelen die de urine zuurder maken worden juist afgeraden (Lulich e.a. 2016).
Daarom is therapeutische voeding altijd een keuze van de dierenarts: sommige voedingen tegen struviet kunnen calciumoxalaatstenen in de hand werken (Merck). Begin er nooit zelf mee.
Afgesloten plasbuis. Je kat krijgt een zware of volledige verdoving, meestal een katheter om de afsluiting op te heffen en de blaas te legen, en vaak een infuus (iCatCare). Daarna blijft je kat meestal enkele dagen in de kliniek (Merck).
Idiopathische cystitis. Het doel is minder vaak en minder hevige periodes (Merck). Je dierenarts kan pijnstilling geven voor acute periodes. Antibiotica helpen niet, want er is geen bacterie in het spel (iCatCare).
Wat je zelf kunt doen
Naast wat de dierenarts doet, kun je zelf werken aan meer water, natvoer, goed kattenbakbeheer en minder stress. Bij idiopathische cystitis zijn voeding en de thuisomgeving volgens iCatCare het belangrijkst, omdat weinig medicijnen echt effect hebben.
Een studie uit Nieuw-Zeeland vond dat FLUTD vaker samenging met weinig beweging, binnen gehouden worden met een kattenbak, stress zoals een verhuizing in de 3 maanden ervoor of meer dan 1 kat in huis, en veel droge brokken. Veel drinken leek het effect van veel droge brokken te verkleinen. Het gaat om verbanden, niet om bewezen oorzaken (Jones e.a. 1997). De tips hieronder komen van iCatCare.
- Meer water: zet altijd vers water klaar in ondiepe keramische bakjes op verschillende plekken, niet bij de kattenbak of op lawaaierige plekken, en weg van de muur zodat je kat de kamer kan overzien; een drinkfonteintje of water met een smaakje van kip of tonijn, zonder bouillon of zout, kan ook.
- Natvoer: natvoer uit blik of zakje in plaats van droge brokken voegt vocht toe en verdunt de urine; overstappen doe je geleidelijk, over minstens enkele dagen en soms enkele weken.
- Kattenbakken: zorg voor minstens 1 bak per kat plus 1 extra, op rustige plekken; de meeste katten kiezen fijne, zandachtige korrels.
- Minder stress: onenigheid met een andere kat in huis is de meest voorkomende stressfactor, en ook katten van buiten kunnen stress geven; dagelijks spelen met afwisselend speelgoed, hoge schuilplekken en eventueel feromonen kunnen helpen.
In huizen met meerdere katten raadt Merck aan dat elke kat eigen toegang heeft tot eten, water, kattenbakken, krabpalen en rustplekken, en dat je je kat zelf contact laat beginnen en stoppen.
Dat een rijkere omgeving verschil kan maken, liet de MEMO-studie zien. Baasjes van 46 binnenkatten met idiopathische cystitis kregen advies om de omgeving aan te passen. Na 10 maanden hadden de katten duidelijk minder plasklachten en waren ze minder angstig. Er was geen controlegroep, dus de onderzoekers noemen het veelbelovend als aanvulling (Buffington e.a. 2006).
Belangrijk: verander de voeding van je kat nooit tijdens een periode met klachten, en overleg altijd met je dierenarts voor je van voeding wisselt (iCatCare). Blaasklachten blijven vaak een aandachtspunt. Katten met idiopathische cystitis gaan er volgens iCatCare meestal wel op vooruit als ze ouder worden.
Een supplement: wat het wel en niet doet
Een supplement is hooguit een ondersteuning voor de urinewegen van je kat: het vervangt geen diagnose door je dierenarts en geen dieetvoeding. Over supplementen voor de urinewegen bij katten is nog weinig onderzoek gedaan (Merck).
Pure Bob maakt Urineweg & Blaas, een aanvullend diervoeder voor katten in de vorm van een snack. Volgens het etiket bevat het vismeel, glycerine, pluimveemeel, tapioca, cranberry, aardappelzetmeel, aardappelmeel, krillolie, kattenklauw (Uncaria tomentosa), aardappelvezels en zoethoutwortel, met onder meer DL-methionine, taurine, vitamine C, vitamine D3 en B-vitamines als toevoegingsmiddelen. Het is bedoeld om de urinewegen van je kat te ondersteunen.
Heeft je kat plasklachten, ga dan eerst naar je dierenarts. Krijgt je kat voorgeschreven voeding of had je kat ooit blaasstenen, geef dan geen supplement zonder overleg met je dierenarts: bij katten met stenen raadt Merck bepaalde mineralen- en vitaminesupplementen af. Wil je ons hele aanbod bekijken, dan vind je alle kattensupplementen op één plek.
Bronnen
- Merck Veterinary Manual: Lower Urinary Tract Disease in Cats (Van Vertloo, 2025)
- Merck Veterinary Manual (Pet Owner Version): Noninfectious Diseases of the Urinary System of Cats
- Merck Veterinary Manual (Pet Owner Version): Urinary Stones (Uroliths, Calculi) in Cats
- Merck Veterinary Manual: Urethral Obstruction in Small Animals
- Lulich e.a. (2016). ACVIM Small Animal Consensus Recommendations on the Treatment and Prevention of Uroliths in Dogs and Cats
- International Cat Care: Feline idiopathic cystitis (FIC) in cats
- International Cat Care: Urethral obstruction in cats
- Dorsch e.a. (2014). Feline lower urinary tract disease in a German cat population
- Buffington e.a. (2006). Clinical evaluation of multimodal environmental modification (MEMO) in the management of cats with idiopathic cystitis
- Jones e.a. (1997). Elucidating the risk factors of feline lower urinary tract disease
- Zhang e.a. (2026). Retrospective survival analysis of feline lower urinary tract disease in China using insurance data