Op veel zakken hondenvoer staan woorden als 'natuurlijk' en 'gezond'. Ze klinken geruststellend, maar wat betekenen ze precies? In dit artikel lees je wat 'natuurlijk' volgens de Europese etiketteringscode van de sector mag betekenen en wat hondenvoer volgens de WSAVA, de wereldwijde vereniging van dierenartsen voor gezelschapsdieren, gezond maakt. Je leert ook hoe je zelf elk etiket leest en welke mythes je gerust mag vergeten. Zo kies je met meer zekerheid een maaltijd die bij je hond past.
Wat betekent 'natuurlijk' op een etiket van hondenvoer?
Volgens de etiketteringscode van FEDIAF mag 'natuurlijk' alleen ingrediënten beschrijven waaraan niets is toegevoegd en die uitsluitend een fysieke bewerking kregen om ze geschikt te maken voor hondenvoer, waarbij de natuurlijke samenstelling behouden blijft. Dat geldt voor ingrediënten van plantaardige, dierlijke, microbiële of minerale oorsprong.
FEDIAF is de Europese koepel van fabrikanten van huisdiervoeding. Hun Code of Good Labelling Practice uit oktober 2019 is een gedragscode, een vorm van zelfregulering die uitlegt hoe de sector de Europese etiketteringsregels uit verordening 767/2009 toepast. De invulling van het woord 'natuurlijk' komt uit die code (hoofdstuk 5.2.4.1).
Toegelaten bewerkingen zijn, zolang de natuurlijke samenstelling behouden blijft: invriezen, concentreren, pasteuriseren, malen, drogen, extractie of roken zonder chemicaliën, pelletiseren, extrusie, en fermentatie of enzymatische processen zonder genetisch gemodificeerde organismen. Niet toegelaten zijn bleken, oxidatie met chemicaliën, andere chemische bewerkingen en genetisch gemodificeerde grondstoffen of toevoegingsmiddelen.
Opvallend: ook extrusie, de bewerking waarmee de meeste brokken gemaakt worden, staat bij de toegelaten bewerkingen. 'Natuurlijk' betekent dus niet automatisch 'weinig bewerkt'.
Een samengesteld hondenvoer mag als geheel 'natuurlijk' heten, bijvoorbeeld 'volledig natuurlijk recept', als alle ingrediënten, toevoegingsmiddelen en dragers aan die regel voldoen en er geen andere bewerkingen gebruikt zijn. 'Gemaakt met natuurlijke ...' mag als de natuurlijke ingrediënten duidelijk aangeduid zijn, bijvoorbeeld met een sterretje in de samenstelling. Zijn er vitaminen en mineralen uit niet-natuurlijke bronnen toegevoegd, dan mag er hooguit iets staan als 'gemaakt met natuurlijke ingrediënten, met toegevoegde vitaminen en mineralen'.
Dat laatste komt vaak voor. Tufts University wijst erop dat de meeste vitaminen en mineralen in hondenvoer kunstmatig gemaakt worden en in bijna elk hondenvoer nodig zijn. Tufts schrijft vanuit de Amerikaanse regels, maar de tip is ook hier bruikbaar: zie je '100% natuurlijk', kijk dan extra goed of het om volledig hondenvoer gaat.
De WSAVA waarschuwt bovendien dat etiketten ook beelden en woorden bevatten die vooral bedoeld zijn om te verkopen. Niet-geregelde termen zoals 'holistisch' of 'premium' hebben weinig praktische waarde om hondenvoer te beoordelen.
De conclusie: 'natuurlijk' zegt iets over herkomst en bewerking. Het zegt niets over hoeveel eiwit, vet of energie erin zit, en ook niet of het hondenvoer volledig is.
Wat maakt hondenvoer gezond voor je hond?
Gezond hondenvoer is volgens de WSAVA een volledig en uitgebalanceerd hondenvoer, met alle essentiële voedingsstoffen in de juiste hoeveelheden en verhoudingen, voor de diersoort en levensfase van je hond, gemaakt door een betrouwbaar bedrijf. Ook grootte, castratie of sterilisatie en de gezondheid van je hond spelen mee, en je dierenarts is de beste persoon om je daarover te adviseren (WSAVA FAQ & Myths).
In Europa staat op het etiket of het hondenvoer volledig is, voor een bepaalde diersoort en levensfase, of aanvullend, zoals snacks. Volgens de FEDIAF-code (bijlage 12) betekent 'volledig' dat het hondenvoer alle voedingsstoffen levert die je hond elke dag nodig heeft, als je het geeft zoals aangegeven. 'Aanvullend' is bedoeld om te mengen met iets anders, of als snack of beloning.
Voeding is voor dierenartsen zo belangrijk dat de WSAVA het het 'vijfde vitale teken' noemt, naast onder meer temperatuur, pols en ademhaling (Freeman e.a., 2011). Dezelfde richtlijnen benadrukken dat alle hondenvoer volledig en uitgebalanceerd hoort te zijn, en dat wat op het etiket staat ook reclame is.
Lichaamsconditie en portie
Of een maaltijd goed past, zie je vooral aan je hond zelf. De lichaamsconditie wordt gescoord op een schaal van 9: 4 tot 5 op 9 is ideaal, onder 4 is te mager en boven 5 te zwaar (WSAVA Body Condition Score). Bij een ideale score voel je de ribben zonder overtollig vet, zie je van boven een taille achter de ribben en loopt de buik van opzij gezien op. Je dierenarts kan je tonen hoe je dit zelf beoordeelt. Een ideale score kan sommige baasjes overigens 'te mager' lijken (Freeman e.a., 2011).
Het voedingsadvies op het etiket is een goed startpunt, gebaseerd op een 'gemiddelde' hond van dat gewicht. Een individuele hond kan tot 50% meer of minder nodig hebben; stuur in het begin elke 2 weken bij tot je hond een ideaal gewicht en een ideale lichaamsconditie heeft (WSAVA FAQ & Myths). Hoe je een portie berekent, lees je in ons artikel over het beste hondenvoer kiezen.
Snacks en aanvullend diervoeder
Snacks en restjes samen horen niet meer dan ongeveer 10% van de dagelijkse calorieën uit te maken (WSAVA FAQ & Myths). Hondenvoer met 'aanvullend' of 'voor kortstondig gebruik' op het etiket geef je alleen als klein deel van het rantsoen, 10% of minder, of onder begeleiding van je dierenarts als het om een voeding gaat die de dierenarts voorschrijft (WSAVA, 2021).
Zo lees je het etiket van hondenvoer
Op elk etiket van hondenvoer in de EU staan dezelfde verplichte vermeldingen. Wie weet waar ze staan en wat ze betekenen, kan elk hondenvoer zelf beoordelen, volgens de FEDIAF-code en de WSAVA-uitleg over EU-etiketten.
| Op het etiket | Wat het betekent | Waar je op let |
|---|---|---|
| Omschrijving | Volledig of aanvullend diervoeder | Alleen volledig hondenvoer kan de hoofdmaaltijd zijn |
| Diersoort en levensfase | Voor welke hond het bedoeld is, bv. volwassen honden | Past het bij de leeftijd van je hond? |
| Samenstelling | Ingrediënten op volgorde van gewicht | Gedroogde ingrediënten staan met hun gedroogde gewicht |
| Naam met een ingrediënt | 'met kip' = minstens 4%, 'rijk aan kip' = minstens 14%, 'kipmenu' = minstens 26% | Het percentage moet in de samenstelling staan |
| Analytische bestanddelen | Ruw eiwit, ruw vet, ruwe celstof, ruwe as; vocht boven 14% | Vergelijk op droge stof |
| Toevoegingsmiddelen | Toegevoegde vitaminen, spoorelementen en andere stoffen | Bewaarmiddelen mogen met alleen hun groepsnaam |
| Gebruiksaanwijzing | Hoeveel je per dag geeft, en vers drinkwater bij droog hondenvoer | Een startpunt, geen vaste regel |
| Houdbaarheid en partij | Ten minste houdbaar tot, partijnummer, erkenningsnummer | Na die datum zijn de vitaminen niet meer gegarandeerd |
| Contact | Naam en adres van de verantwoordelijke | Daar kun je meer info vragen |
Samenstelling. De ingrediënten staan op volgorde van gewicht in de mengkom. Worden ingrediënten gedroogd of geconcentreerd gebruikt, dan staan ze met hun gedroogde gewicht, te herkennen aan woorden als 'gedroogd', 'poeder' of 'meel'. Ingrediënten mogen ook per categorie vermeld worden, zoals 'vlees en dierlijke bijproducten'. Zet een merk een ingrediënt in woord of beeld in de verf, dan moeten naam en percentage in de samenstelling staan (FEDIAF-code, 3.2.1.4).
De naam. Naast de percentages uit de tabel geldt volgens de FEDIAF-code ook: 'met smaak van X' betekent minder dan 4%, en die smaak kan uit een aroma komen. 'Alleen X' betekent dat er geen andere ingrediënten in zitten behalve water, toegelaten toevoegingsmiddelen, mineralen en wat nodig is om het hondenvoer volledig te maken.
Analytische bestanddelen. Verplicht zijn ruw eiwit, ruw vet, ruwe celstof en ruwe as; vocht alleen als dat boven 14% ligt (FEDIAF-code, 3.2.1.6). De waarden staan in procent van het hondenvoer zoals het in de zak zit, vocht inbegrepen. De energie in kcal is in de EU niet verplicht en ontbreekt vaak (WSAVA). Hoe je op droge stof vergelijkt, lees je in het beste hondenvoer kiezen.
Gebruik, houdbaarheid en contact. Bij droog hondenvoer hoort de aanwijzing dat je hond altijd vers water moet hebben. De 'ten minste houdbaar tot'-datum is de datum tot wanneer onder meer de vitaminen gegarandeerd zijn; daarna is het hondenvoer niet noodzakelijk schadelijk. Naam, adres en een manier om contact op te nemen moeten op de verpakking staan.
Tot slot: de naam van een ingrediënt zegt niets over de voedingskwaliteit, de verteerbaarheid of hoe goed voedingsstoffen opgenomen worden. Belangrijker is of het eindproduct de voedingsbehoeften van je hond dekt (WSAVA FAQ & Myths). De ingrediëntenlijst heeft wettelijke regels, maar is ook marketing; lees ze vooral om rode vlaggen te zien (Tufts, 2019).
Toevoegingsmiddelen: wat staat erbij en waarom?
Elk ingrediënt in hondenvoer is ofwel een voedermiddel, zoals runderlever of wortel, ofwel een toevoegingsmiddel, zoals vitamine C, zinkoxide, bètacaroteen of tocoferolen (vitamine E). Toevoegingsmiddelen maken het hondenvoer volledig of zorgen voor textuur, kleur en het behoud van de kwaliteit (FEDIAF-code, bijlage 12).
Vitaminen, aminozuren en spoorelementen zoals ijzer worden toegevoegd zodat je hond alles krijgt wat nodig is. Veel van deze stoffen worden ook in voeding voor mensen gebruikt. Alleen toegelaten toevoegingsmiddelen mogen erin; bij de toelating wordt beoordeeld of een stof een risico is voor de gezondheid van het dier en of ze doet waarvoor ze dient.
Op het etiket staan ze onder de kop 'Toevoegingsmiddelen', met hun groep, naam of nummer en de toegevoegde hoeveelheid. Bewaarmiddelen, antioxidanten, aroma's en kleurstoffen mogen met alleen hun groepsnaam vermeld worden; de fabrikant moet je op vraag de naam en hoeveelheid geven. Die hoeveelheid is wat bovenop de natuurlijke gehalten in de ingrediënten komt, terwijl de analytische bestanddelen de totale hoeveelheid tonen. Twee verschillende getallen voor dezelfde vitamine zijn dus normaal.
Bewaarmiddelen. Droog hondenvoer heeft altijd bewaarmiddelen nodig, omdat het vet anders oxideert, wat smaak, voedingswaarde en veiligheid aantast (Tufts, 2022). Er zijn kunstmatige bewaarmiddelen, zoals BHA, BHT en ethoxyquine, en natuurlijke, zoals tocoferolen, vitamine C en rozemarijnextract. Voor gezondheidsproblemen door kunstmatige bewaarmiddelen is nooit wetenschappelijk bewijs gevonden, toch kiezen bijna alle fabrikanten nu voor natuurlijke. Die houden het vet minder lang vers, dus goed bewaren is extra belangrijk. Hondenvoer in blik heeft geen bewaarmiddel nodig dankzij de luchtdichte verpakking. Staat er 'zonder bewaarmiddelen' op droog hondenvoer, kijk dan goed: meestal bedoelt de fabrikant 'zonder kunstmatige bewaarmiddelen'.
Claims als 'zonder X'. 'Zonder (toegevoegde) X' betekent dat X niet toegevoegd is, maar sporen kunnen er wel in zitten; 'X-vrij' betekent zelfs geen sporen. Zo'n claim mag niet suggereren dat hondenvoer met X gevaarlijk is (FEDIAF-code, 5.2.2).
Vijf mythes over natuurlijk en gezond hondenvoer
De meeste mythes over natuurlijk en gezond hondenvoer verwarren herkomst met voedingswaarde. Hieronder de vijf die je het vaakst tegenkomt, telkens met wat de bronnen zeggen.
Mythe 1: natuurlijk hondenvoer is altijd gezonder
Nee. 'Natuurlijk' gaat volgens de FEDIAF-code over herkomst en bewerking, gezond gaat volgens de WSAVA over volledig en uitgebalanceerd voor je hond. Een natuurlijk hondenvoer kan net zo goed aanvullend diervoeder zijn.
Mythe 2: rauw is natuurlijker, dus beter
Nee, dat wordt volgens de WSAVA niet door de wetenschap gesteund. Voorstanders noemen rauw 'natuurlijker' of 'evolutionair juist'. Rauw vlees kan beter verteerbaar zijn dan brokken of hondenvoer in blik, maar zelf gekookt kan dat ook. Er is geen bewijs dat rauw gezondheidsvoordelen heeft vergeleken met commercieel hondenvoer of een uitgebalanceerde zelf gekookte maaltijd (WSAVA, Raw Meat Based Diets). Rauw vlees kan ziekmakende bacteriën bevatten, zoals Salmonella, E. coli en Listeria, ook voor de mensen in huis, en invriezen, drogen of vriesdrogen van rauw vlees doodt niet alle bacteriën. In een gezin met jonge kinderen, ouderen of mensen met een verminderde weerstand geef je volgens de WSAVA geen rauw vlees. Ook het MSD Veterinary Manual stelt dat goed onderzoek ontbreekt en dat verschillende dierenartsenorganisaties rauw afraden. Meer over hygiëne bij rauw lees je in soorten hondenvoer naast elkaar.
Mythe 3: graanvrij is altijd beter
Nee. Volgens de WSAVA is niets in hondenvoer echt 'vulstof': elk ingrediënt hoort een voedingsdoel te hebben. Granen leveren vooral energie, maar ook essentiële vetzuren, vitaminen, mineralen en vezels. Honden kunnen granen verteren als ze goed gekookt zijn en het geheel volledig en uitgebalanceerd is, en er is geen bewijs dat ze schadelijk zijn. Wil je meer weten, lees dan ons artikel over graanvrij hondenvoer.
Mythe 4: hoe meer eiwit, hoe beter
Nee. Bijna alle hondenvoer bevat veel meer eiwit dan het minimum en elk volledig hondenvoer levert genoeg (WSAVA). Heel veel eiwit geeft geen gezondheidsvoordeel en is bovendien niet duurzaam.
Mythe 5: 'human grade' of biologisch is altijd gezonder
Nee. 'Human grade' betekent volgens de Amerikaanse regels dat alles bewaard, verwerkt en vervoerd wordt zoals voeding voor mensen; het zegt niets over de voedingswaarde en niet dat hondenvoer veiliger of gezonder is (Tufts, 2019). Over gezondheidsvoordelen van biologisch hondenvoer is voor honden geen informatie, en bij mensen is het nog onduidelijk (Tufts, 2018). Beide stukken gaan over de Amerikaanse markt.
Kiezen en overstappen
Kies eerst een volledig diervoeder voor de juiste diersoort en levensfase; kijk daarna of je hond het graag eet en goed verdraagt, en of gewicht en lichaamsconditie goed blijven.
De WSAVA raadt aan een merk te vragen wie de recepten opstelt, welke kwaliteitscontrole er is en hoe je het bedrijf bereikt; krijg je die informatie niet, wees dan voorzichtig. Meer vragen om te stellen vind je in het beste hondenvoer kiezen.
Overstappen doe je bij een gezonde hond geleidelijk, over minstens 3 dagen, en bij een zieke hond langer (WSAVA). Begin bijvoorbeeld met 75% oud en 25% nieuw, ga dan naar half om half, daarna naar 25% oud en 75% nieuw, en tot slot volledig nieuw. Plotse wissels kunnen braken en diarree geven. Een uitgebreider stappenplan staat in ons artikel over graanvrij hondenvoer. Twijfel je, heeft je hond een ziekte of een speciale voeding nodig, overleg dan met je dierenarts.
Wat staat er op het etiket van Pure Bob?
Op het etiket van de drie fresh-dry recepten van Pure Bob staat 'Volledig diervoeder voor volwassen honden'. Vlees of vis staat bovenaan de samenstelling: 80% kip, of 70% kalkoen of zalm. Op de etiketten staat geen graan; wel erwten (meer daarover in graanvrij hondenvoer).
Bij de toevoegingsmiddelen staan onder meer vitamine A en E, taurine en spoorelementen zoals ijzer, zink en jodium, en als antioxidant tocoferolextracten uit plantaardige oliën.
Fresh-dry betekent: vers vlees, langzaam gedroogd met warme lucht op gemiddeld 70 °C. Het resultaat is half-vochtig en ongeopend 18 maanden houdbaar. Lees meer over wat fresh-dry is of bekijk onze maaltijden.
Of een recept 'natuurlijk' mag heten, hangt volgens de FEDIAF-code af van elk ingrediënt, elk toevoegingsmiddel en elke bewerking. Daarom noemen we onze recepten hier niet zo. De volledige samenstelling, de analytische bestanddelen en de toevoegingsmiddelen staan op elke productpagina, zodat je ze met dit artikel zelf kunt nalezen.
Wil je weten welk recept en welke portie bij je hond past? Doe de Pure Bob voedingsquiz.
Bronnen
- FEDIAF (2019). Code of Good Labelling Practice for Pet Food (oktober 2019)
- WSAVA Global Nutrition Committee (2021). Guidelines on Selecting Pet Foods
- WSAVA Global Nutrition Committee (2018). Frequently Asked Questions & Myths
- Freeman, L. e.a. (2011). WSAVA Nutritional Assessment Guidelines. Journal of Small Animal Practice
- WSAVA Global Nutrition Committee. Body Condition Score honden (2025)
- WSAVA Global Nutrition Committee. Interpreting Food Labels, EU
- WSAVA Global Nutrition Committee. Raw Meat Based Diets for Pets
- Freeman, L.M. (2022). "Preservative-Free" Pet Food? Petfoodology, Tufts University
- Freeman, L.M. (2019). Stop reading your pet food ingredient list! Petfoodology, Tufts University
- Heinze, C.R. (2019). Human Grade: Should pets eat the same food that we do? Petfoodology, Tufts University
- Heinze, C.R. (2018). Organic Pet Foods: Optimal Health or Overhyped? Petfoodology, Tufts University
- MSD Veterinary Manual: Dog and Cat Foods (Sanderson, bijgewerkt juni 2025)